Bij Rondom Internet werken we doordeweeks aan sites van klanten, maar de interessantste ontdekkingen komen regelmatig uit projecten die niets met werk te maken hebben. Een thuisserver, een fotocamera, een hobbyproject met sensoren — het klinkt als vrije tijd, maar het levert vaak inzichten op die we maandag direct kunnen toepassen. Twee voorbeelden, met cijfers, laten zien hoe dat werkt.
De thuisserver die een cachingprobleem blootlegde
Een van onze systeembeheerders bouwde thuis een eigen serverkast met een Nextcloud-installatie, puur om zelf bestanden te synchroniseren zonder een externe partij. Bij het optimaliseren daarvan liep hij tegen iets aan dat hij op kantoor over het hoofd had gezien: het verschil tussen browsercache, server-side objectcache en een CDN wordt door veel hostingpartijen door elkaar gehaald in hun uitleg — en dus ook door klanten verkeerd ingesteld.
Dat leidde tot een controle bij een klant met een WooCommerce-webshop. Resultaat: de browsercache stond goed ingesteld, maar de server-side objectcache (die databasequery’s opslaat) was helemaal niet actief. Elke productpagina deed daardoor tientallen onnodige databasequery’s per bezoek. Na het activeren van Redis als objectcache:
- Laadtijd homepage: van 3,4 seconden naar 1,1 seconde
- Time to First Byte: van 890 ms naar 210 ms
- Serverbelasting bij piekmomenten (zaterdagmiddag, blijkt uit hun eigen bezoekersdata): 40% lager
Wat u hieraan zelf kunt controleren
U hoeft geen thuisserver te bouwen om dit te checken. Kijk in uw hostingpaneel of er een objectcache actief is (vaak Redis of Memcached), niet alleen een pagina-cache. Veel WordPress-installaties draaien alleen op een simpele pagina-cache-plugin, wat prima is voor statische content, maar niets doet voor dynamische onderdelen zoals een winkelwagen, een filterfunctie of een reserveringsformulier. Vraag concreet aan uw hostingpartij: “Is er een persistente objectcache actief, en welke?” Krijgt u geen helder antwoord, dan is dat zelf al een signaal.
De fotografiehobby en de afbeeldingenval
Een collega die in het weekend fotografeert, exporteert zijn foto’s altijd in meerdere formaten om te zien wat het verschil in kwaliteit en bestandsgrootte precies betekent. Diezelfde discipline paste hij toe op een klantensite in de makelaardij, waar elke woningpagina tien tot vijftien foto’s bevatte.
De oorspronkelijke foto’s waren JPEG’s van gemiddeld 2,4 MB per stuk, rechtstreeks van de camera van de makelaar geüpload zonder tussenstap. Na conversie naar WebP met een kwaliteitsinstelling van 80%:
- Gemiddelde bestandsgrootte: van 2,4 MB naar 340 KB
- Largest Contentful Paint (LCP), een kernonderdeel van Core Web Vitals: van 4,1 seconden naar 1,6 seconden
- Google PageSpeed-score mobiel: van 38 naar 81
Het zichtbare verschil in beeldkwaliteit was met het blote oog nauwelijks waarneembaar, maar het effect op vindbaarheid en conversie was direct meetbaar: binnen twee maanden steeg het aandeel bezoekers dat een contactformulier invulde met ruim 20%, iets wat ook samenhing met de kortere laadtijd op mobiel.
De veelgemaakte fout die we steeds opnieuw zien
De fout zit zelden in onwil, maar in een verkeerde aanname: veel ondernemers denken dat een foto die er in Photoshop of op de telefoon “scherp” uitziet, ook geschikt is voor het web. Dat is niet zo. Een foto bedoeld voor print of een fotoalbum heeft een resolutie en bestandsgrootte die vele malen hoger is dan wat een beeldscherm nodig heeft. Het gevolg: paginasnelheid die onnodig kelder, en dat raakt zowel de gebruikerservaring als de positie in Google, omdat laadsnelheid een directe rankingfactor is.
Een simpel stappenplan om dit zelf te checken:
- Open uw site en klik met de rechtermuisknop op een productfoto of hero-afbeelding, kies “afbeelding opslaan als”
- Kijk naar de bestandsgrootte: alles boven de 300 KB voor een normale contentfoto is verdacht
- Check het bestandstype: staat er nog .jpg of .png, terwijl WebP of AVIF beschikbaar is? Dan laat u besparing liggen
- Test de pagina in Google PageSpeed Insights en kijk specifiek naar de melding “Afbeeldingen in next-gen formaten weergeven”
Waarom dit meer is dan een leuk verhaal
Het patroon achter beide voorbeelden is hetzelfde: in een hobbyproject heb je de tijd en de nieuwsgierigheid om iets tot op de bodem uit te zoeken, zonder deadline. Die grondigheid vertaalt zich terug naar klantwerk, omdat je niet alleen weet dat iets moet worden ingesteld, maar ook precies waarom het verschil maakt en wat er misgaat als je het overslaat.
“Het gekke is: bijna elke technische verbetering die ik ooit bij een klant heb doorgevoerd, kon ik eerst uitleggen aan de hand van iets wat ik in mijn eigen tijd had uitgeprobeerd.” — een van onze systeembeheerders
Heeft u zelf geen tijd of zin om caching-instellingen en afbeeldingsformaten uit te zoeken? Dat hoeft ook niet. Maar weet in elk geval welke vragen u aan uw hostingpartij of webbouwer kunt stellen, want daarmee zit u al voor op de meeste concurrenten in uw sector.